Werkgevers willen cao's omgooien: 'Nu investeren, later meer loonruimte'


Werkgevers willen de cao-onderhandelingen in 2027 anders aanpakken. Niet alle ruimte moet naar hogere lonen, vinden zij. Investeringen in scholing, AI en productiviteit moeten bedrijven sterker maken, zodat er ook later ruimte blijft voor hogere lonen en werkgelegenheid.
"We hebben met z'n allen een taart te verdelen, iedereen krijgt een stukje. In plaats van de hele taart op te delen, willen we over de jaren heen juist met z'n allen de taart groter maken", zegt Lisette van Breugel, directeur van werkgeversvereniging AWVN.
Cao-onderhandelingen draaien volgens werkgeversorganisaties AWVN, VNO-NCW en MKB-Nederland steeds vaker om loon. Daardoor komen werkgevers en werknemers harder tegenover elkaar te staan.
Vorig jaar kwam 40 procent van de 442 afgesloten cao's tot stand via een eindbod, blijkt uit cijfers van AWVN. Bij een eindbod hebben vakbonden en werkgevers geen overeenstemming bereikt en wordt een eenzijdig bod op tafel gelegd.
Ook bij de vakbonden staan naast loon andere onderwerpen op de agenda, zoals scholing en ontwikkeling. Tegelijkertijd vinden zij dat werknemers er financieel op vooruit moeten gaan en dat daarbij een concreet percentage moet worden nagestreefd. In eerdere cao-onderhandelingen zette FNV bijvoorbeeld in op een loonsverhoging van 6 procent.
Werk verandert snel door AI
Van Breugel waarschuwt dat de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven onder druk staat. De loonkosten stijgen, het ziekteverzuim is hoog en de productiviteit groeit maar beperkt. Ze ziet al dat sommige bedrijven nieuwe vestigingen openen in landen als Polen en Ierland.
Daarom willen de werkgevers meer aandacht voor investeringen die die de productiviteit van bedrijven kunnen verhogen. Dat kan bijvoorbeeld betekenen dat in een cao meer geld en tijd wordt vrijgemaakt voor opleidingen.
Als die investeringen vervolgens tot betere resultaten leiden, kan volgens Van Breugel een deel daarvan weer bij werknemers terechtkomen via hogere lonen of bijvoorbeeld winstdeling.
Vooral de snelle ontwikkeling van AI maakt volgens AWVN duidelijk waarom die investeringen nodig zijn. "Als je vraagt wat bedrijven nu met AI doen, noemen veel bedrijven het een en ander", zegt Van Breugel. "Maar anderhalf jaar geleden deden weinig mensen daar wat mee. Dat is een grote verandering."
Van Breugel noemt onder meer callcenters, consultants en ondertitelaars als beroepen waar AI het werk snel verandert. Volgens haar moeten werknemers daarom de kans krijgen nieuwe dingen te leren. Dat kan hen uiteindelijk meer zekerheid geven op de arbeidsmarkt. "Als je je vaardigheden bijhoudt, kun je ook op andere plekken makkelijker aan de slag", zegt Van Breugel.
Geen automatische loonstijging
De werkgeversorganisaties willen daarnaast af van het idee dat een hogere inflatie automatisch moet worden gevolgd door een even grote loonstijging.
Dat betekent volgens Breugel niet dat werkgevers tegen hogere lonen zijn. "We willen het automatisme niet: dat het een het ander meteen opvolgt. De werkgever hoeft niet overal voor op te draaien", legt Van Breugel uit. "Dan krijgen we een scheef beeld: de werkgever als dader en de werknemer als slachtoffer."
Volgens AWVN is het vergroten van de productiviteit nodig om de Nederlandse welvaart op peil te houden. Als bedrijven door hoge kosten en beperkte productiviteitsgroei minder concurrerend worden, kan dat uiteindelijk ook gevolgen hebben voor investeringen en werkgelegenheid in Nederland.
Noémi volgt het economische nieuws. Ze schrijft over geldzaken en hoe internationale ontwikkelingen doorwerken in de portemonnee van Nederlanders. Tips of vragen? Mail naar noemi@nu.nl
KioskNews shows a cleaned-up reading view extracted from the publisher’s page — the original always lives on their site, not ours.