Belg krijgt Nobelprijs Natuurkunde voor studie naar mysterieuze deeltjes in heelal

De Belgische wetenschapper Francis Halzen krijgt de Nobelprijs voor Natuurkunde. Hij is de grondlegger van het meten van neutrino's. Dat zijn mysterieuze deeltjes met extreem veel energie die in het heelal worden geproduceerd.
Het Zweedse Nobelcomité omschrijft de neutrino's als "spookachtige boodschappers uit de kosmos". De 82-jarige Halzen krijgt de prijs in zijn eentje. Dat is uitzonderlijk: meestal wordt de Nobelprijs verdeeld tussen twee of drie wetenschappers.
De aankondiging van de Nobelprijs voor Natuurkunde was eveneens bijzonder, meldt HLN. De bekendmaking werd verzorgd door de West-Vlaamse professor Ellen Moons. Ze was de eerste vrouw die dat deed. Moons is sinds 1 januari de secretaris-generaal van de Koninklijke Zweedse Academie van Wetenschappen. De hoogleraar zal ook de Nobelprijzen voor Chemie en Economie bekendmaken.
Neutrino's kunnen onder meer ontstaan bij het ontploffen van sterren en het vormen van superzware zwarte gaten. De elementaire deeltjes zijn miniem: ze hebben geen elektrische lading en nauwelijks massa.
Elke seconde vliegen vele miljarden neutrino's recht door ons lichaam en door de aarde heen. Ze zijn door niets tegen te houden. Ook magnetische velden kunnen de deeltjes niet wegkaatsen.
Dat maakt het heel moeilijk om neutrino's te vangen en bestuderen. Als ze door een detector schieten, is er soms een miniem lichtflitsje te zien. Extreem gevoelige sensoren zijn in staat dat op te vangen.
Halzen bouwde de eerste sensor, de IceCube. Die is op de Zuidpool geïnstalleerd, ongeveer 2 kilometer onder het ijs. De sensor werd in 2011 in gebruik genomen en detecteerde in 2013 de eerste neutrino's. Inmiddels zijn er ook vier andere sensoren in gebruik genomen. Nederland is nauw betrokken bij een daarvan, op de bodem van de Middellandse Zee.
Om een vraag te kunnen stellen dien je in te loggen. Log in of maak binnen 1 minuut jouw gratis account aan.
KioskNews shows a cleaned-up reading view extracted from the publisher’s page — the original always lives on their site, not ours.