De gevel van Michele D'Auria: 'Chauffeurs raken afgeleid door mijn gigantische vlaggen'

Vierenhalf meter breed en vijf meter lang. Zo groot zijn de aan elkaar gestikte vlaggen van België en Frankrijk die op de eerste verdieping van de Waterloosesteenweg nummer acht wapperen. Het glimmende doek neemt het zonlicht weg uit het appartement van Michele D'Auria (75), die het hele gebouw bezit. “Dat stoort me niet, ik steek gewoon de lichtschakelaar aan.” Gelukkig brengt hij het gros van zijn tijd door op de benedenverdieping, waar hij het volkscafé Le New Touquet openhoudt.
“Er zijn al accidenten gebeurd omdat chauffeurs afgeleid raken door de vlaggen”, zegt Michele vanuit zijn eetcafé, dat aan de bedrijvige Hallepoort ligt. Al sinds de jaren tachtig hangt hij voor elk internationaal voetbaltoernooi een vlag uit. Deze zomer waren het de Belgische en de Franse: “Als handelaar in Sint-Gillis heb ik veel Franse klanten.” Als Italië gekwalificeerd is, hangt Michele de vlag van zijn vaderland buiten. Minutenlang scrolt hij op zijn telefoon, op zoek naar een foto van zijn gevel in 2006, toen Gli Azzurri wereldkampioen werden.
Michele kwam als zestienjarige onder de vleugels van zijn oudere broer uit het broeierige Napels naar Brussel. Hij wilde hier voetballer worden. “Ik wist niet waar ik moest beginnen, en ik kende de taal niet.” Hij begon met schoenen te repareren, een stiel die hij in Italië had geleerd. “Een van mijn vrienden werkte in het restaurant in dit pand. Toen hij uitviel, sprong ik enkele maanden in als garçon. Die maanden werden jaren en uiteindelijk heb ik de boel overgekocht als twintiger.”
Paardensteak en carbonara
“Ik heb het oudste etablissement van de Hallepoort tot aan de Bascule”, zegt Michele, die al meer dan vier decennia pintjes tapt, maar ook paardensteaks en pasta carbonara serveert. Hij toont een krantje van het bestuur van Sint-Gillis, waarin Le New Touquet uitgeroepen wordt tot 'bekendste café van de gemeente'. “Dat is omdat ik zo vriendelijk ben”, zegt Michele. “Iedereen wil naar hier komen. Ik ben nog maar net weer open, en ik kan de reservaties voor verjaardagsfeesten al amper bijhouden.” Hij wijst naar de muur achter de toog, vol met gele post-its met namen en telefoonnummers.
De praatgrage Michele sloeg jaren geleden een Vlaamse schone aan de haak, die in het verzekeringskantoor tegenover zijn zaak werkte. Ze gingen samenwonen in Mechelen en kregen een zoon. “Ik heb nooit deftig Vlaams geleerd, ook al heb ik er vierentwintig jaar gewoond en zat ik in de voetbalploeg van Tremelo. Gelukkig kende de rest een flink mondje Frans.”
Na de scheiding verhuisde hij weer naar Brussel, op de twee verdiepingen boven zijn café. Die zijn enkel gevuld als zijn Italiaanse familie op bezoek komt. “Een vrouw mis ik niet, ik heb genoeg te doen met al mijn klanten. Het gebouw is veel te groot voor mij alleen. Als ik binnenkort met pensioen ga, verkoop ik alles en ga ik kleiner wonen.”
Op dinsdagnamiddag is het nog rustig in de keet, maar druppelsgewijs waait het volk binnen: een piekfijn uitgedoste senior uit Ukkel die elke dag op hetzelfde tijdstip zijn paardensteak komt eten, een alternatief geklede jonge Française die de logistiek voor haar themafeest op vrijdag komt bespreken, en een bevriende nachtwinkeluitbater die komt vragen hoe hij het best op de luchthaven raakt. “Hier komt iedereen: Belgen, Spanjaarden, Grieken, Brazilianen. Vroeger hing hier een bordje uit met 'Hier spreekt men Frans'. Ik heb dat weggehaald toen ik eigenaar werd. Iedereen is hier welkom, maar ik merk wel dat mensen op café meer groepjes vormen met hun eigen nationaliteit. Vroeger sprak iedereen nog met elkaar.”
Het WK van deze zomer zit al ver in het geheugen, maar de vlaggen hangen nog altijd uit. “Ik ben te lang blijven plakken in Napels.” Hij is net terug van zijn jaarlijkse familiebezoek in het zuiden van Italië. Nu zijn pensioen nadert, krijgt hij regelmatig de vraag of hij terug wil. “Ik ben een trotse Italiaan, maar ik wil in België sterven. Dit land heeft me alles gegeven wat het mijne me niet kon geven: geld om te eten en te slapen, en een prachtige zoon. Italië blijft voor mij enkel een vakantieland.”
KioskNews shows a cleaned-up reading view extracted from the publisher’s page — the original always lives on their site, not ours.